Om als Beroepsverkeersregelaar te mogen werken, heb je een aanstellingspas nodig. Deze behaal je via een 3-daagse opleiding.
De eerste dag staat in het teken van theorie. Je leert alles over je taken als Beroepsverkeersregelaar: hoe je jezelf opstelt op de weg, welke aanwijzingstekens je gebruikt, welke kleding verplicht is en welke regels voor jou gelden. De twee praktijkdagen brengen je onder begeleiding het kruispunt op. Je oefent daar je positionering en aanwijzingen, terwijl de verkeerslichten op (knipperend) oranje staan. Jij hebt dan de volledige regie over het verkeer en jouw aanwijzingen gaan boven verkeersregels. Zowel de theorie als praktijk sluit je af met een examen. De theorie bestaat uit meerkeuzevragen en wordt afgenomen door de opleider onder toezicht van een politieagent.
Na het behalen van beide examens ontvang je je aanstelling tot Beroepsverkeersregelaar en kun je de aanstellingspas aanvragen.