Voorzitter College van Bestuur: context en opgave
Het College van Bestuur (CvB) geeft leiding aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het CvB bestaat uit drie leden, die als team samenwerken en opereren in een collegiaal bestuur. Het CvB rapporteert aan de Raad van Toezicht, die toezicht houdt op het bestuur en beheer van onze universiteit en zelf verantwoording aflegt aan de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OCW). De verschillende faculteitsbesturen besturen de faculteiten. De faculteitsbesturen leggen op hun beurt verantwoording af aan het College van Bestuur. Het College van Decanen wordt gevormd door de voorzitters van alle faculteitsbesturen, de decanen. Het College van Decanen adviseert het College van Bestuur op tal van gebieden. De Universiteitsraad is het hoogste medezeggenschapsorgaan van de universiteit.
Collegiaal bestuur en portefeuilleverdeling
Het CvB draagt gezamenlijk de strategie, de missie en de visie van de RUG uit. De leden vervangen en ondersteunen elkaar waar nodig of gewenst, maar hebben hun eigen aandachtsgebieden. Aan het hoofd van de University Services staat een tweehoofdige leiding (Directeur en Adjunct-directeur), die ook adviseur is van het College van Bestuur.
Het College van Bestuur bestaat uit de voorzitter, de rector magnificus en de vicevoorzitter. In hoofdlijnen is de portefeuilleverdeling op dit moment als volgt:
- Voorzitter: algemene zaken, strategie, personeel & organisatie, communicatie en externe betrekkingen.
- Rector Magnificus: : onderwijs, onderzoek, internationalisering, diversiteit en academische cultuur.
- Vicevoorzitter: financiën, huisvesting en vastgoed, ICT, Technology Transfer en publiek-private samenwerking.
Het CvB functioneert op basis van collectieve verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid, onderling vertrouwen en éénduidige besluitvorming. Het College van Bestuur vormt een complementair en evenwichtig team waarbij de portefeuilles worden verdeeld en de individuele leden aanspreekbaar op zijn, maar collectief verantwoordelijk. Na benoeming van de voorzitter zal het nieuwe CvB de onderlinge portefeuilleverdeling vaststellen, uitgaande van de huidige portefeuilleverdeling. Dit zal mede afhangen van de interesses en expertise van het CvB in de nieuwe samenstelling én – uiteraard – op basis van wat de realisatie van het nieuwe instellingsplan vraagt. Wisselingen in de portefeuilles zijn gaandeweg de tijd mogelijk op basis van de dan geldende context en wat de ontwikkeling van het College van Bestuur vraagt.
Bestuurlijke opgave
De RUG is de meest brede, internationaal georiënteerde onderzoeksuniversiteit van Nederland met een sterke academische traditie, diepgeworteld in de regio en met een duidelijke maatschappelijke opdracht. De universiteit bevindt zich in een fase waarin de ingezette strategische koers wordt voortgezet en verder verdiept, mede in het licht van het nieuwe instellingsplan Samen impact maken waarbij de RUG zich ontwikkelt naar een vijfdegeneratie-universiteit: middenin de maatschappij en met het bedrijfsleven en instellingen.
De voorzitter van het College van Bestuur staat voor de opgave om continuïteit en vernieuwing te verbinden: vasthouden aan de koers die is ingezet op het gebied van governance, kwaliteit en samenwerking, en tegelijkertijd energie en richting geven aan de universiteit in een sterk in beweging zijnde maatschappelijke, technologische en geopolitieke context. Deze richt zich op enerzijds de realisatie van het nieuwe instellingsplan 2026-2031 en anderzijds het voornemen om de organisatie van de RUG verder te stroomlijnen en te harmoniseren. De harmonisatieplannen (gelijkschakelen van de werkwijze van faculteiten) worden de komende maanden nader uitgewerkt, maar de besluitvorming over de governance zal pas in de loop van 2027 plaatsvinden.
De nieuwe voorzitter van het College van Bestuur onderschrijft nadrukkelijk het instellingsplan en deze organisatieontwikkeling. De nieuwe voorzitter brengt onder andere op deze punten relevante achtergrond en ervaring mee en beschikt over executie- én overtuigingskracht om – vanuit gezamenlijk en collegiaal bestuur – het instellingsplan te realiseren en draagvlak te organiseren voor de noodzakelijke organisatieontwikkeling met het oog op de toekomstbestendigheid van de RUG.
De kernopdracht voor de voorzitter is daarom als volgt:
- geeft richting aan de strategische ontwikkeling van de universiteit, met het instellingsplan als leidend kader;
- borgt een stabiele, transparante en professionele governance, in lijn met de ingezette bestuurlijke koers;
- stimuleert samenhang en kwaliteit in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering;
- geeft mede leiding aan de noodzakelijke besparingen en weet daarnaast ook te investeren in de gewenste vernieuwingen;
- bevordert samenwerking binnen de universiteit en met externe partners, regionaal, nationaal en internationaal; en
- vertegenwoordigt de Rijksuniversiteit Groningen op gezaghebbende en verbindende wijze in het publieke en maatschappelijke domein.
De voorzitter staat voor collegiaal en resultaatgericht universitair bestuur met oog voor draagvlak en combineert bestuurlijke rust en continuïteit met energie en vernieuwingskracht. De voorzitter brengt een frisse blik en nieuw elan, zonder bestaande sterktes en gemaakte keuzes uit het oog te verliezen. De voorzitter weet wanneer te versnellen en wanneer te consolideren.
Leiderschap in een veranderende wereld
De voorzitter heeft scherp zicht op het veranderende wereldbeeld en de impact daarvan op universiteiten: geopolitieke ontwikkelingen, maatschappelijke polarisatie, duurzaamheid, veranderende opvattingen over internationalisering en de rol van wetenschap in het publieke debat. De voorzitter weet deze ontwikkelingen te vertalen naar koersvaste keuzes en biedt richting en rust in tijden van onzekerheid.
De voorzitter staat voor de al door het CvB in gang gezette koers van digitalisering, AI en innovatie in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering als wel de stappen naar digitale soevereiniteit. Daarbij is expliciet aandacht voor ethiek, academische waarden, privacy en sociale veiligheid. Het CvB ziet technologische ontwikkeling als strategisch middel, niet als doel op zich.
Ten slotte: het regeerakkoord 2026 vormt een relevant extern beleidskader voor de komende bestuursperiode. Dit akkoord vraagt van publieke instellingen, waaronder universiteiten, om scherpere keuzes, doelmatige inzet van middelen, versterking van innovatie en digitalisering (waaronder AI), en een bewuste positionering ten aanzien van internationalisering en maatschappelijke impact. De voorzitter moet deze context kunnen duiden en vertalen naar een toekomstbestendige koers voor de RUG, met blijvende aandacht voor academische kernwaarden, openheid, autonomie en kwaliteit.