Deze promotieplaats maakt deel uit van het DeMoCraft-consortium: een door de NWA/ORC gefinancierdsamenwerkingsverband van maar liefst 4 universiteiten, 2 hogescholen en 27 maatschappelijke partners. Ditconsortium onderzoekt hoe het democratisch-moreel vakmanschap van politici kan worden versterkt: de kennis, vaardigheden, houding en praktijken die nodig zijn om het politieke ambt integer en volgens democratische en rechtsstatelijke normen uit te oefenen. Zulk democratisch-moreel vakmanschap is cruciaal in tijden van crises en maatschappelijke transities. Ontwikkelingen zoals klimaatverandering, migratie, polarisatie en digitalisering zetten democratische instituties onder druk om snel én verantwoord te handelen. Politici staan daarbij voor complexe morele dilemma’s, waarin botsende waarden en belangen vragen om zorgvuldige afwegingen. Binnen DeMoCraft onderzoeken we hoe politieke ambtsdragers met deze normatieve uitdagingen omgaan, hoe hun democratisch-moreel vakmanschap beter kan worden ondersteund en hoe dat de institutionele veerkracht versterkt. Om die vragen te beantwoorden combineert het DeMoCraft-consortium een interdisciplinaire mix van benaderingen (o.a. vanuit de politicologie, de bestuurskunde, de geschiedenis,communicatiewetenschap en het staats- en bestuursrecht).
Dit specifieke promotietraject draagt vanuit het juridische domein (het staats- en bestuursrecht) bij aan het project. Het analyseert de impact die de Nederlandse constitutie (als het geheel aan geschreven en ongeschreven normen dat de inrichting en het handelen van overheidsambten bepaalt) heeft op het ontstaan,het wortelen en de verdere ontwikkeling van een democratisch-morele cultuur. De focus ligt daarbij opNederland, maar wel in internationaal vergelijkend perspectief. Het project:
- Inventariseert om te beginnen hoe juridische normen invulling geven aan democratisch-moreelvakmanschap (denk aan de Grondwet, verdragen en wetgeving, maar ook soft law van de Raad vanEuropa en de Europese Unie, en tot slot ook ongeschreven staatsrechtelijke normen zoals constitutioneleconventies);
- brengt in kaart hoe de verschillende constitutionele stelsels dergelijke normen (op formele of informelemanieren) handhaven en bevorderen;
- analyseert hoe democratisch-ethische normen staatsrechtelijk moeten worden opgevat en gewaardeerd.In hoeverre gaat het daarbij om rechtsregels, soft law, of conventies? En wat is hun relatie tot hetgeschreven recht?
De promovendus combineert in dat verband diverse onderzoeksmethoden. Het identificeren en inventariseren van de relevante staatsrechtelijke regels vindt plaats aan de hand van juridisch-dogmatisch onderzoek. Voor de evaluatie van deze normen en hun toepassingspraktijk wordt gebruikgemaakt van rechtsvergelijking met enkele buitenlandse stelsels, en van empirische methoden (zoals interviews en focusgroepen). De exacte insteek van het onderzoek, de manier waarop het benaderd wordt en de landenselectie kunnen worden afgestemd met de promovendus.