07:30 Je start je dagdienst. Je collega geeft een korte overdracht. Eén bewoner sliep slecht, een andere vertelt nog na over de kerkdienst van gisteren.
Je ontbijt samen met de groep. Gewoon. Normaal. Dat is precies de bedoeling.
Daarna: dagbesteding in de buitenlucht. Werken in het bos, op de boerderij, of iemand begeleiden bij een activiteit. Jij bent erbij niet als toezichthouder, maar als mens.
Tussendoor een gespannen moment. Verbale agressie, iemand die dreigt te escaleren. Jij blijft rustig. Je de-escaleert. Want jij weet: achter elk gedrag zit een vraag.
Aan het einde van je dienst schrijf je kort je observaties in het cliëntplan. Je draagt over aan je collega. Je rijdt naar huis met het gevoel: vandaag deed ik ertoe.
De methode die we hiervoor gebruiken is Triple-C: jij staat centraal in de relatie met de cliënt, denkt in mogelijkheden en helpt stap voor stap naar een zo gewoon mogelijk leven.