- Je ondersteunt de opleidingsdirecteur en waar nodig leerlijncoördinatoren bij hun werkzaamheden;
- Je stelt je op als adviseur en sparringpartner over onderwijsvernieuwing;
- Je denkt en helpt mee bij het vormgeven van communicatie over onderwijsvernieuwingen;
- Je ondersteunt de opleidingsdirecteur en beleidsmedewerkers bij het schrijven van notities over onderwijsvernieuwing;
- Je maakt (indien nodig) puntsgewijs een verslag van de gesprekken waarbij je aanwezig bent en communiceert de afspraken met alle betrokken partijen;
Je onderhoudt namens de opleidingsdirecteur contacten met de verschillende (ondersteunende) afdelingen en gremia binnen de faculteit.
-
Hoe ziet je werkweek eruit?
Op maandagochtend heb je vóór je college het wekelijkse overleg met de opleidingsdirecteur en de beleidsmedewerker onderwijs. Je krijgt te horen dat de notitie over de afstudeerruimte deze week naar het faculteitsbestuur moet. De notitie is bijna af, maar moet nog in het juiste format worden gezet en worden nagelezen op taal. Op dinsdagochtend klop je even aan bij de vice-decaan onderwijs om de laatste punten af te stemmen. Met de bestuurssecretaris stem je af wat er precies op het voorblad moet. Je klapt je laptop open en ziet in je mailbox een bezorgde e-mail van de roostering. Het is de vraag of de Ateliers (een nieuw onderwijsformat) wel geroosterd kunnen worden zoals de coördinatoren hebben doorgegeven bij de onderwijsvoorbereiding. Je neemt het initiatief om een afspraak te plannen met de Ateliercoördinator en de roostering om de mogelijkheden door te spreken. Kort daarna klopt de beleidsmedewerker onderwijs aan met een vraag over de communicatie over de overgangsregelingen. Je neemt dit mee naar het wekelijkse kernvisieoverleg op donderdagochtend. Je zegt toe aan de beleidsmedewerker dat je het antwoord donderdagochtend terugkoppelt.
Op donderdag start je je werkdag met dit overleg met de opleidingsdirecteur en de communicatieadviseur. Deze week sluit ook het hoofd van de stafdienst Onderwijs aan. Naast de puntjes die je hebt verzameld, staat ook de communicatie over inschrijven centraal. Jij bent als student de expert en geeft uit eigen beweging input over mogelijke communicatiekanalen. Je biedt aan dit dossier met de communicatieadviseur verder op te pakken. ’s Middags heb je een werkgroep. Na afloop van je werkgroep zie je een e-mail van de vaardighedenlijncoördinator met de vraag of je volgende week tijd hebt om mee te gaan naar een overleg over de toetsing bij een nieuw vak. Helaas kun je niet, omdat je onderwijs hebt, maar je weet dat een student-assistent bij onderwijsbeleid veel weet van dit dossier en de vaardighedenlijncoördinator kan ondersteunen bij dit overleg.