Wil jij begrijpen waarom therapie werkt, los van de specifieke techniek die wordt gebruikt? Heb jij interesse in de psychologische processen die bepalen hoe mensen reageren op behandeling, zoals verwachtingen van een behandeling, de omgeving, motivatie en de behandelrelatie? Wil je bijdragen aan zowel fundamenteel wetenschappelijke inzichten als de ontwikkeling van klinische toepassingen? Dan nodigen we je uit om te solliciteren op dit vierjarige PhD-traject.
In dit project combineer je experimenteel onderzoek naar psychologische en neurobiologische mechanismen met praktijkgericht onderzoek binnen de militaire geestelijke gezondheidszorg. Je werkt aan inzichten die zowel wetenschappelijk vernieuwend zijn als klinisch impact hebben.
We zoeken een promovendus die niet alleen nieuwsgierig is naar bestaande kennis, maar ook actief nieuwe vragen durft te stellen. In dit project krijg je de ruimte om je eigen wetenschappelijke hypotheses te ontwikkelen en het onderzoek mee vorm te geven.
Het project bestaat uit twee complementaire pijlers:
Toepassingsgericht onderzoek:
Hoe kunnen we behandelingen effectiever maken zonder de behandeling zelf te veranderen? In dit project onderzoek je hoe psychologische en contextuele factoren rondom een behandeling bewust kunnen worden ingezet om de effectiviteit van psychotherapie te vergroten. Welke factoren kunnen we beïnvloeden en in hoeverre dragen die bij aan herstel? Je ontwikkelt een toepasbare interventie voor de behandelpraktijk en test hoeveel dit behandeluitkomsten kan veranderen.
Experimenteel onderzoek:
In deze onderzoekslijn staat het ontrafelen van onderliggende mechanismen centraal. Hoe beïnvloeden bijvoorbeeld verwachtingen wat mensen denken en ervaren? In dit project voer je experimentele studies uit waarbij je psychologische theorieën combineert met gedragsonderzoek en neurobiologische metingen om te begrijpen hoe mensen reageren op en betekenis geven aan hun omgeving. Je onderzoekt bijvoorbeeld hoe verwachtingen, motivatie en eerdere ervaringen invloed hebben op emoties, cognitieve prestaties en hersenreacties. Daarbij kijk je ook naar individuele verschillen: waarom werkt iets bij de één beter dan bij de ander? Het doel is niet direct om een behandeling te verbeteren, maar om beter te begrijpen hoe deze fundamentele mechanismen werken.